Buikhuisen en Nature-Nurture
Buikhuisen, ja, nog steeds op mijn agenda. Ik heb veel materiaal verzameld, (teveel) boeken gekocht, (te weinig) boeken gelezen over criminologie maar ik merk dat ik ook steeds meer interesse kreeg in de vroege psychiatrie. Daar is overigens een duidelijke link met mijn eerdere werk over koloniaal verleden. Denk aan de behoefte aan een soort koloniale psychologie! En dat betekende natuurlijk de psychologie van de primitieve mens!
Ik was al eerder prof. Cornelis Winkler (1855-1941) uit Utrecht tegengekomen, eerste hoogleraar psychiatrie (‘De psycho-pathologie als hersenpathologie….’). Las over J.L.C. Schroeder van der Kolk, één van zijn illustere voorgangers in Utrecht.
Kwam uit bij de ‘Vereniging van de criminele antropologie’. Kwam bij de eugenetica terecht. Kortom, een zoektocht door de krochten van…….. de voortdurende oppositie ‘nature x nurture’.
Ben daar veel over aan het lezen en nadenken. Ik lees nu Erfzonde; tussen genetica en geweten: over schuld, straf en vergeving van Kathryn Paige Harden. Erg interessante stof. En als ik zo grasduin, is ‘Buikhuisen’ ook niet meer dan een rimpeltje in die voortdurende nature-nurture discussie. Sterker nog, ik denk dat die nature-nurture oppositie eigenlijk vanaf het begin van het denken door mensen alle wetenschappen bijna heeft bepaald. Ben ook even naar de Griekse filosofie uitgeweken, Plato, Aristoteles, Sofisten etc., physis x nomos, nature x nurture! De oppositie is blijkbaar van alle mensen in alle tijden.
Shakespeare gebruikte de tegenstelling ook al in The Tempest (rond 1611), waar hij over het personage Caliban schrijft ‘a born devil, on whose nature / nurture can never stick’. In 1874 publiceert Francis Galton zijn English Men of Science; their Nature and Nurture. Deze oppositie zal niet meer verdwijnen! En dat komt wel heel pijnlijk naar voren in de wijze waarop sommige ‘rassenrealisten’ Arday hebben willen ‘classificeren’.